Start > Gustave Flaubert > boektitel

Gustave Flaubert: Haat is een deugd. Een keuze uit de correspondentie.

  • Beschrijving

Oorspronkelijke titel: Ouvres completes, 1979
Vertaling: Edu Borger
Uitgever: De Arbeiderspers, 1981
ISBN13: 978-90-295-1717-1ISBN: 9789029517171

Privé Domein 56


Flaptekst / Beschrijving

Gustave Flaubert geldt als een van de grootste prozaïsten in het algemeen en van de Franse literatuur van de negentiende eeuw in het bijzonder. Een van zijn opvattingen was dat een schrijver zich in romans en verhalen diende te onthouden van elke persoonlijke mening. Hij diende in zijn schepping overal aanwezig te zijn maar nergens zichtbaar. Inderdaad is de auteur van Madame Bovary, De leer school der liefde en de Drie verhalen, afgezien van enkele vage sympathieën en vooral antipathieën, onzichtbaar gebleven. We zouden alleen via memoires en getuigenissen van anderen iets over zijn leven geweten hebben, ware het niet dat Flaubert de gewoonte had om na zijn dagelijkse `worsteling met de stijl' geregeld een of meer brieven te schrijven om het contact met de buitenwereld te onderhouden. Van deze omvangrijke correspondentie, die door sommigen als hét meesterwerk van Flaubert wordt beschouwd, is het overgrote deel bewaard gebleven. Het vormt een van de meest ontroerende, tragische, komische en leerzame brievenverzamelingen die er bestaan. Van Gustave Flaubert verschenen in Privé-domein eveneens De kluizenaar en zijn muze. Brieven aan Louise Colet (Privé-domein nr. 93) en Wij moeten lachen en huilen, Flauberts briefwisseling met zijn boezemvriendin George Sand (Privé-domein nr.182). Jarenlang is de correspondentie van Flaubert de lectuur geweest die op mijn nachtkastje prijkte in plaats van de bijbel. - André Gide k heb de brieven gelezen en herlezen en ik aarzel niet ze te houden voor het ware meesterwerk van Flaubert. - Enid Starkie De eerste schrijver die vooruitliep op het moderne levensgevoel. - Michel Butor Anders dan als een persoonlijke confrontatie met een superieure dwingeland is lezing van zijn brieven niet te beschrijven. - Kees Fens in De Volkskrant