test1 'Kaleidiafragmenten' van Jacq Vogelaar
Start > Jacq Vogelaar > boektitel

Jacq Vogelaar: Kaleidiafragmenten

  • Beschrijving

Titel: Kaleidiafragmenten, 1970
Uitgever: Meulenhoff, 1970
ISBN:


Flaptekst / Beschrijving

De plaats van Jacq Firmin Vogelaar is te situeren binnen de internationale traditie die kan worden uitgelijnd aan de hand van namen als Mallarmé, Joyce, Beckert en Arno Schmidt,
Vogelaar kan als voorbeeld gelden hoe literaire radikaliteit en politieke radikaliteit ook vruchtbaar samen kunnen gaan.

Kaleidiafragmenten - Vogelaar houdt in dit boek de werkelijkheid aan haar woord, dit is zijn onderzoek: een analyse met het vergrootglas, het blote oog en de schaar. Hij gaat tegen haar in de aanval door de taal en de realiteit letterlijk te nemen - dat geeft kortsluiting.

Vogelaar monteert zijn konstrukties niet om een beeld te reproduceren van deze tijd, integendeel, om de beelden die deze tijd van zichzelf maakt te konfronteren met wat ze moeten verbeelden - daarvoor deformeert hij ze en slaat ze aan stukken maar het zijn geen scherven die geluk brengen.

Het gaat er Vogelaar niet om de lezer een of ander kunstmatig paradijs voor te toveren waar hij kan uitblazen. Gevoel is voor hem een verdovend middel, 'literatuur' een tranquilizer. Wat hij vraagt is: het verstand weer in gebruik te nemen, het bewustzijn weer 'gevoelig' te maken voor pijn zodat het weerbaar wordt en zich wapent tegen een valse en vervalste realiteit.

Dit gebeurt er: 0., ontsnapt uit de inrichting H., heeft teveel oog voor het kleine, dit wordt zijn ongeluk. J. die voor O. geen vreemde is, komt na een langdurig verblijf in het buitenland voor de firma S. in A. terug en ontdekt dat het een en ander danig veranderd is. Na een heftige woordenwisseling met een jongere voorbijganger krijgt hij een beroerte en sterft. P. bezoekt de lamme J. C., tot wie hij zich zeer aangetrokken voelt. P. wordt hiertoe vermomd als zigeunerin. De sterren verhinderen dat de regeringsfunktionaris L. iets misloopt. Dan volgt een periode met vele wederwaardigheden. Nadat haar echtgenoot A. door melaatsheid is getroffen bereikt C. het verzoek zich in A. bij koningin J. te voegen. De stations van haar reis zijn eerder mensen dan wereldsteden, eerder gesprekken dan gebouwen. H. draagt een nauwsluitend jongenspak en verdwijnt spoorloos, de politie komt niet opdagen omdat ze alle beschikbare manschappen heeft ingezet als figuranten in een film die handelt over een grootindustrieel die ten onrechte van iets onbelangrijks beschuldigd wordt. Er ontspint zich een liefdesverhouding tussen de vrouw van de hoofdcommissaris en het standbeeld de D. Daardoor heeft de medicijnstudent B. vrij spel om de ondergang van het avondland en de verwezenlijking van zijn utopie te verhaasten. Ondertussen legt de grijze graveur W. na een zware werkdag zijn hamer neer om met zachte hand naar zijn adoptiefzoon te grijpen. Zoals iedere stad verlangt A. om veroverd te worden. Smorgens om zeven is de wereld weer in orde.

Korte chronologie
Jacq Firmin Vogelaar werd 3 september 1944 te Tilburg geboren, woont in Amsterdam.
1964 - debuteert met gedichten in Merlijn en met proza in Podium.
1965 - Parterre, en van glas (50 gedichten).
1965 - De komende en gaande man (zeven prozastukken).
1966 - Anatomie van een glasachtig lichaam (situatieroman).
1965 - Folie à deuxl/In staat van blijvende oorlog, verschenen in Podium november 1965, uitgezonden als radiofonies gedicht maart 1968.
1967 - Vijand gevraagd (boerenroman + 14 topen).
1968 - Klara (monoloog geschreven voor Ank van der Moer).
1968 - Gedaanteverandering of 'n metaforiese muizeual (misdaadroman).
1968 - Het heeft geen naam (drie prozastukken) .
1969 - Protokol (radiostuk, uitgezonden maart 1969).
1970 - Kunst als kritiek, Voorbeelden van een materialistiese kunstopvatting. Reader.

Over Vogelaar:
'Waarschijnlijk heeft de schrijver het vage, langdradige verhaal bedoeld als illustratie van één zijner achterin opgenomen pacifistischsocialistische stellingen, dat bewapening de behoefte aan een vijand doet ontstaan. Om het door martelingen vervaagde bewustzijn van zij held weer te geven bedient hij zich van een a-grammaticale stijl met afgebroken alinea's, in elkaar lopende zinnen zonder constructie en van flarden kranteberichten en grove seksuele fantasieën in afwijkende typografie.' - C. P. J. M. Ritter in Prisma.

'Nu, die uit de werkelijkheid losgebroken stukken proza bevatten reeksen nachtmerries, soms suggestief, soms vervelend, soms heel onbegrijpelijk. Vogelaar spaart zijn lezers niet, vertelt hoe een jonge man in een kamer wordt opgesloten met een stervende, stinkende, naar paring verlangende oude vrouw, noteert heel waanzinnige dialogen, en doet alle moeite om zijn lezers in zijn barre en onsmakelijke fantasieën op te sluiten.' - Alfred Kossmann in Het Vrije Volk.

'Vogelaar heeft in zijn nieuwste werk opnieuw een grote en gecompliceerde situatie gemaakt, maar hij gaat nu consequent uit van de verbeelding. Er zijn natuurlijk allerlei aanrakingspunten met de wereld, waarin Vogelaar én zijn lezers leven, nieuwsberichten, citaten uit boeken, verslagen van roofmoorden, bekende militaire dwangneuroses, dorpse BB-toestanden en nog veel meer van zulke "echte verschijnselen", maar zij worden door Vogelaar ontdaan van hun normale betekenis. Zij dienen uitsluitend om door de röntgen-ogen van de schrijver te worden doorgelicht op hun valsheid: de röntgen-opnamen van Vogelaar tonen de oorzaken van de (westerse) situatie. Geweld ontstaat niet uit zichzelf. Maar achterdocht, onwetendheid, onkunde en onmacht leiden tot angst, waarna uit de angst onvermij¬delijk het geweld ontstaat.' - Hans Berghuis in De Volkskrant.

'Een conclusie uit dit alles is dat de gewetensvolle en tijdsbewuste moderne schrijver geen overgeleverde taalbeelden in stand moet houden, maar die integendeel bestendig moet proberen te doorbreken. Dit is zijn eigenlijkste "engagement", waardoor hij vanzelf ingaat tegen alle gevestigde gezagspatronen, die uiteraard conservatief zijn. Hij kan dat dus doen door op velerlei wijze de overgeleverde verhaalmethodes aan te tasten en door andere taaIstructuren te vervangen. De 5 boeken die Jacq Firmin Vogelaar tot nog toe heeft laten verschijnen, vormen van dit streven zeer belangrijke voorbeelden, en ze moeten ook vanuit dit perspectief beschouwd worden. Alle wijzen ze op radicale wijze de vertrouwde verhaalsvormen af omdat ze de vertrouwde en vals bevonden werkelijkheidsbeelden afwijzen, waar de machthebbers van alle slag ge-
bruik (misbruik) van maken.' - Paul de Wispelaere in Het Vaderland.

Vogelaar aan het woord:
'Het gaat er niet meer om aan de onnoemelike grote hoop boeken nog eens een boek toe te voegen, maar om "al schrijvend" te bewijzen of het überhaupt nog mogelik is te schrijven (altans zo te schrijven dat het niet de zoveelste reproduktie is en de zoveelste herhaling van overbodigheid, instemming, aanpassing, onvrijheid etc.) in het perspektief van een Vietnam, en de vele komende Vietnams - daarom gaat het, óf we het nog zullen overleven.'

'Als er een grote breuk met de kunst van het verleden zal moeten zijn, dan is het wel, zoals ik al zei, dat kunst niet meer de schijn ophoudt en een illusie voor waar verkoopt, maar dat ze de schijn als schijn laat zien. Niet wat is heeft het octrooi de werkelikheid te zijn, maar wat men zich kan voorstellen dat een betere wereld is. De verbeelding is een wijze van kennen; ontdekking van andere mogelikheden, exploratie van het bewustzijn. En de kunst, wil ze haar taak weer opnemen van een revolutionaire kracht te zijn, moet hieruit de konsekwenties trekken: vorm geven aan denkbeelden die tegen de heersende belangen ingaan. [ ... ] Dit gaat zelfs zover dat de kunstenaar een waarheid moet formuleren en overdragen die onverenigbaar
lijkt met wat nog altijd voor artistieke vorm versleten wordt.' - (In gesprek met Fernand Auwera in Schrijven of Schieten?)

'Ik kan eigenlik wel zeggen dat de enige manier om aan deze mentaliteitsverandering te werken is: de heersende mentaliteit radikaal te bekritiseren, dat wil tevens zeggen, de taal die als medium dient voor deze mentaliteit radikaal te lijf gaan.'
'De enige mogelikheid om verder te gaan is totale negatie en absoluut wantrouwen. Ipv schijnbaar begrip, overeenstemming en vaag welbehagen dat bestaat bij gratie van vrijwillige beperking - een radikale breuk. Ipv een schijnbare kommunikatie - helemaal geen.'

'Van literatuur een massale verandering verwachten zou betekenen dat men van de literatuur/kunst iets verwacht of zelfs eist dat ze vanwege haar aard niet kán geven. Ze kan de werkelikheid niet veranderen. De werkelikheid kan alleen met politieke (sociaal-ekonomiese) middelen veranderd worden. Hoogstens kan men zeggen dat ze middel is om de maatschappij te revolutioneren, een van de vele betere middelen. Beter omdat het een strijdmiddel is dat tegelijk ook iets van de toekomst waarmaakt.' (In gesprek met Lidy van Marissing in Podium)

'Wantrouwen tegenover woorden is wezenlik een wantrouwen tegenover de dingen.'