Start > Jacq Vogelaar > boektitel

Jacq Vogelaar: Taats onder mannen

  • Beschrijving
  • Recensies

Titel: Taats onder mannen, 2001
Uitgever: De Bezige Bij, 2001
ISBN:


Flaptekst / Beschrijving

Het kan altijd nog erger. Onder dit montere motto gaat Taats verder waar andere mannen ophouden. Wat hem daarbij overkomt is niet mis: kleine voorvallen die een lawine van gevolgen teweegbrengen of calamiteiten die met een sisser aflopen. Ze spelen zich af in vele verschillende huizen, wisselwoningen, onderduikadressen, hotelkamers en operatiezalen, in de stad, op een eiland, in de bergen.

De handelende personen zijn mannen, volwassen mannen - onder wie Penman, Zee- en Landman, Parkietman, Hangman, Holterman, Mopperman, Straatman, Nauwman, Staats- en Sapman, Zegsman, Meerman, Anderman en Alleman - maar ook jonge tot zeer jonge mannen. Een van hen heet Taats, min of meer een heer onder mannen.

Taats zegt: Wanneer je een ruimte wilt verlaten zonder vuile voeten achter te laten, moet je achteruitlopen bij het dweilen, tot aan de drempel. Zo eindig je een verhaal, met een beginzin.

Jacq Vogelaar (1944) schreef verhalen, gedichten, romans, essays, boekbesprekingen, een toneelstuk, een jeugdboek, een filmtekst en niet onder één noemer te vangen boeken als Het heeft geen naam, Kaleidiafragmenten, Alle Vlees, Verdwijningen en Uit het oog. Voor de essaybundel Terugschrijven kreeg hij de Busken Huetprijs 1989, voor de roman De dood als meisje van acht de Bordewijkprijs 1992 en voor al zijn werk de Frans Erensprijs 1996. Sinds 1971 is hij medewerker van De Groene Amsterdammer en redacteur van Raster.

NBD|Biblion:
In de achttien jaar dat Jacq Vogelaar (1944) meneer Taats op zijn staart probeert te trappen, werd deze almaar ongrijpbaarder. Hij hoort bij het universum van Cortazar ('De mierenmoordenaar') en is familie van Monsieur Teste, van Paul Valery, zo'n meneertje dat wij al lezend aantreffen in uiteenlopende omstandigheden. Taats krijgt geen contouren. Hij is de som van zijn handelingen en gedachten naar aanleiding van wat zich aan hem voordoet. De schrijver registreert zijn hang naar dramatiek en absurdisme met geestige pen. De eenentachtig hoofdstukken zijn in willekeurige volgorde te lezen, er is geen ontwikkeling, maar de beginzin is als beginzin erg mooi: 'Meneer Taats ligt in bed en denkt aan muziek van Debussy.' Aan denken geen gebrek in dit boek. In feite volgen we de poetische logica van een brein dat het beschouwen niet kan laten. Kleine druk. (Biblion recensie, Barber van de Pol)

Recensies

  • Dromen van explosie - Arnold Heumakers, NRC Handelsblad, 08-02-2002